Van deelnemer tot moni: Lucas en Amélie groeiden op met Roeland

Lucas was zes toen hij voor het eerst meeging op taalkamp bij Roeland, Amélie negen. Vandaag zijn ze zelf moni op de taalkampen van Roeland. Hoe blikken ze terug op hun allereerste kampjes?
Lucas volgt momenteel de lerarenopleiding secundair onderwijs aan de Arteveldehogeschool in Gent. Amélie studeert een tweetalige bachelor in de rechten aan de KU Leuven en UCL Saint-Louis in Brussel. Beiden zijn het erover eens: de taalkampen hebben hun blik op taal en op de wereld, blijvend veranderd.
Taalplezier dat blijft hangen
“Aan mijn eerste taalkamp Frans Junior heb ik deelgenomen onder lichte druk van mijn zus,” lacht Lucas. “Het duurde drie dagen en ging door in de herfstvakantie. Ik heb me zó goed geamuseerd dat ik mijn ouders overtuigde om me opnieuw in te schrijven.”
Amélie herinnert zich vooral haar enthousiasme om Frans te leren. “Ik wou als kind heel graag de Franse taal begrijpen en spreken. Op kamp mocht ik nog Nederlands praten met mijn vriendjes. Dat maakt de Franse Juniorkampen toegankelijk voor jonge kinderen. Hoewel de kampen maar een week duren, leer je veel woordenschat bij.”
Durven spreken, fouten maken mag
“Mijn taalgevoel is echt gegroeid door de kampen,” bevestigt Lucas. “Ik merkte dat ik een voorsprong had in de les Frans op mijn leeftijdsgenoten.”
Amélie vult aan: “Bij Roeland leer je Frans op een speelse en creatieve manier: met spelletjes, theater, sport en muziek. Omdat je de taal hoort én gebruikt in dagelijkse situaties, neem je die bijna vanzelf op.”
Ze benadrukt ook het veilige leerklimaat: “De moni’s spreken enkel Frans, maar weten goed dat kinderen de taal nog niet beheersen. Ze leggen alles met handen en voeten uit en doen actief mee aan alle activiteiten. Daardoor bouw je snel een hechte band op.”
Een warm kamp vol herinneringen
“Mijn favoriete moment? Het ‘moment dodo’,” glimlacht Amélie. “Dat is een toneeltje dat de moni’s elke avond voor het slapengaan opvoeren. Als kind zat ik daar met mijn knuffel bij, helemaal in het verhaal gezogen.”
Lucas herinnert zich vooral de vriendschappen. “Wat me het meest bijblijft, zijn de mensen die ik heb leren kennen. Nu ik zelf moni ben, wil ik mijn deelnemers het kamp van hun leven bezorgen: vol plezier, taal, en vriendschappen voor het leven.”
