“Ik krijg steeds kippenvel als ik de kinderen onze Franse liedjes hoor zingen”

“Als vrijwilliger bij Junior Frans hoef je niet te kiezen tussen de functie taal- of spelanimator. Hier doe je gewoon beide. En dat vind ik heel erg fijn”, getuigt vrijwilliger Laura Debie (28 jaar). 8 jaar geleden startte ze bij Roeland als moni, ze is een paar jaar projectverantwoordelijke geweest en nu is ze aan de slag als didactisch verantwoordelijke.

Laura: “Toen ik nog taal- en letterkunde Nederlands en Frans studeerde, was mijn nicht vrijwilliger bij Roeland en ze beval mij aan om het ook eens te proberen. Na het volgen van een vormingsweekend ben ik meteen voor 3 weken als vrijwilliger op kamp meegeweest.”

Wat vind je leuk als vrijwilliger?

“Ik leer hier veel bijop creatief vlak. Vroeger vond ik van mezelf dat ik niet zo creatief was, maar je kan dat leren door veel te kijken naar hoe anderen dat doen en door samen te werken. Ik ben leerkracht Frans in het secundair onderwijs en ik integreer soms de Roeland-methode (= op een speelse en creatieve manier leren) in mijn lessen. De studenten vinden dat zalig.”

Welk voordeel haal je er zelf uit om vrijwilliger te zijn?

“Uiteraard zien hoe kinderen openbloeien en zich amuseren. Sommigen zijn in het begin wat bang voor de vreemde taal, maar op het einde van het kamp hebben ze die barrière met glans overwonnen.”

Wat vind je minder leuk als vrijwilliger?

“Ik heb soms last van vermoeidheid. We zijn de hele week aan de slag van ‘s morgens vroeg tot een stuk in de nacht, gewoon omdat we alles tot in de puntjes willen voorbereiden. Voor iemand die haar slaap nodig heeft, speelt dat weleens parten.”

Wat is je mooiste kampherinnering?

“De liedjes die we samen met de kinderen zingen. Ik krijg steeds kippenvel wanneer ik hoor hoe de deelnemers die na een paar dagen perfect kunnen zingen. En ook de moment dodo vind ik heel erg leuk. Dat is een toneelstuk dat we brengen voor het slapengaan. Ik doe dat ontzettend graag. En je ziet ook hoe de kinderen van dat moment genieten.”

Welk advies heb je voor potentiële vrijwilligers?

“Om hier als Vlaamse terecht te komen tussen Waalse medemoni’s … dat was toch een grote stap voor mij. Gaan die me wel begrijpen, ga ik wel meekunnen … spookte er door mijn hoofd op mijn eerste kamp. Daarnaast zijn de meeste moni’s altijd heel uitbundig, terwijl ik zelf rustig van persoon ben. Daar had ik in het begin wat schrik voor. Maar het zijn allemaal superlieve mensen.

“Dus probeer het gewoon. En ligt het je niet, dan heb je er achteraf geen spijt van dat je het niet geprobeerd hebt.”

Wat is je grootste Roeland-wens?

“Ik hoop dat Roeland nog lang zal bestaan. Het is mijn droom om mijn eigen kinderen op Roeland-kamp te sturen.”

“De kindjes op kamp zeggen dat het er compleet anders aan toegaat dan op andere kampen omdat er zoveel in hen geïnvesteerd wordt. Roeland is anders omdat we alles uit de kast halen om iedereen een fantastische week te geven. En ondertussen leren ze nog Frans. Dat is gewoonweg de max.”