“On Stage is onze thuis!”

Vellereille, Gold Hill, Norfolk … de vier zussen van de familie Derveaux hebben samen twaalf kampen bij Roeland gevolgd. Dan mogen we toch spreken van superfans, toch? Rose-Anne Marie (18 jaar) en Louiza-Maxine (19 jaar) vertellen met veel plezier over hun kampervaringen.

“Ik haat Frans uit de grond van mijn hart”, zegt Rose-Anne Marie. En ze meent het nog ook. “Maar de Roeland-kampen zijn echt zalig”, voegt ze er al lachend snel aan toe.

Taallessen?

“Op de Franse kampen krijg je inderdaad taallessen”, getuigt Rose-Anne Marie. “Maar die zijn allesbehalve schools. In een cirkel of een u-vorm zitten maakt al een hemelsbreed verschil. En de lessen in kleine groep zijn ingevuld met spelletjes, je praat er enorm veel en er zijn geen saaie grammaticaoefeningen.”

“In tegenstelling tot de taalkampen waar er tot 4 uur taalles per dag is, heb je die op Gold Hill On Stage helemaal niet”, vult Louiza-Maxine aan. “Of je hierdoor minder goed een taal leert? Ik vind van niet. Op Gold Hill On Stage werk je met heel de groep samen naar een eindproject toe: het theaterstuk waar je ouders, vrienden en theaterliefhebbers uit het charmante Shaftesbury naar komen kijken. Door die intense samenwerking leer je evengoed de taal.”

Meer zelfvertrouwen

“Zelf heb ik door mijn kampervaringen meer zelfvertrouwen gekregen om in een vreemde taal te spreken”, vertelt Louiza-Maxine. “Op kamp besef je pas dat het niet erg is als je de taal niet foutloos spreekt. Zolang je elkaar verstaat, is het prima.”

“Op school is er toch nog altijd gêne om je uit te drukken in een vreemde taal, omdat je bang bent om fouten te maken voor je klasgenoten en de lesgever”, bevestigt Rose-Anne Marie. “Op kamp maakt dat helemaal niet uit.” 

Gold Hill On Stage 

“Gold Hill On Stage is gewoon een superzot kamp!”, roept Louiza-Maxine. “Het is echt mijn thuis”, beklemtoont
Rose-Anne Marie.

“De eerste twee dagen voelde ik me wat verlegen om te zingen, dansen, muziek te maken … Maar iedereen doet mee. Het is gewoon twee weken feest”, vertelt Louiza-Maxine. “En dat op een supermooie locatie.”

Vrijwilliger worden

Het enthousiasme van de zussen is zo groot dat Louiza-Maxina zich inschreef voor de animatorcursus bij Roeland, een door de overheid erkende cursus, aangevuld met het bekende taalaspect: “De zesdaagse opleiding Taalanimator in het Jeugdwerk was superzwaar”, getuigt ze. “Maar het was het ongelofelijk waard. Door die opleiding heb ik een hechte band opgebouwd met de andere kandidaat-vrijwilligers en heb ik enorm veel zin om zelf als vrijwilliger mee te gaan op Roeland-kamp.”

“Waarom de opleiding zo zwaar is? Als deelnemer besef je niet hoeveel tijd en energie de vrijwilligers steken in hun lessen, workshops, activiteiten … Door het zelf te moeten doen tijdens de opleiding, apprecieer je hun werk nog meer.”

Ook Rose-Anne Marie hoopt binnenkort als vrijwilliger bij Roeland te starten en heeft daarom deelgenomen aan één van de Roeland-vormingsweekends. Een heel boeiende ervaring, vertelt ze: “Er waren zowel Nederlandstalige als Franstalige deelnemers aanwezig. Je moest aan elkaar les geven en de spelletjes uitleggen. Doordat de andere groep een andere moedertaal had, ondervond je meteen hoe intensief een taalkamp kan zijn.”

Sociale vaardigheden

“Ik kan alleen maar aanraden om je kind mee te sturen op een taalkamp van Roeland”, komt mama Benedikte tussenbeide. “Naast het leren van een vreemde taal, ontmoet je kind nieuwe vrienden en ontwikkelt het zijn sociale vaardigheden.”

“Ga zeker één keer mee op een Engels theaterkamp”, vertellen de zussen. “Zelfs al denk je dat toneel, dans of muziek niks voor jou is, je kan meer dan je denkt. Probeer het gewoon!”