“Al lachend een taal leren is de ideale combinatie”

“De kinderen lachen zich kapot als ze zien hoe je als monitor alles uit de kast haalt om een woord of spel uit te leggen”, vertelt Leander Colpaert (25 jaar), vrijwilliger Nederlands op onze kampen voor anderstaligen. “Ze beseffen dan dat het voor ons ook moeite kost om iets uit te leggen. Ze voelen zich dan minder schuldig als zij een woord niet kennen.”

“Op de Roeland-kampen is er een correcte balans tussen taal en spel. Tijdens de taalmomenten is er steeds voldoende aandacht voor beide. Op die manier leren de kinderen altijd en overal bij. En vaak op een onbewuste manier”, steekt
Leander (uiterst rechts op de foto) van wal.

Spelletjes in taalmomenten

“Ik doe altijd mijn best om spelletjes te integreren in de taalmomenten. Met een bingoapparaat leer ik de kinderen de getallen en met een Uno-kaartspel de kleuren. Voor mij is het belangrijk dat ze geen cursus voor de neus krijgen, maar dat ze creatief en interactief aan de slag gaan met taal.”

“Als vrijwilliger zie je er constant op toe dat de kinderen de vreemde taal effectief gebruiken, maar niet op een opdringerige manier of wijzend met de vinger wanneer ze een fout maken. Dat werkt averechts.”

“Wanneer ze een foutje maken, gebruiken we de correcte woorden of formulering in ons antwoord. Ze pikken het dan heel snel op.”

Hulpmoni’s

“Kinderen die al een paar jaar met ons op kamp gaan en het Nederlands al goed beheersen, schakelen we in als hulpmoni. Ze helpen dan mee de taken en spelletjes voor te bereiden op het kamp. Ze genieten van die verantwoordelijkheid. Ze willen bewijzen dat ze zich uit de slag kunnen trekken in een vreemde taal.”

“Ze krijgen ook veel respect van de jongere kinderen. Het zijn rolmodellen voor hen. Ze kijken op naar de hulpmoni’s en hopen dat ook zij later die functie mogen uitoefenen.”

Tekenen en uitbeelden

“We geven de kinderen altijd de kans om zich uit te drukken, ook al lukt dat niet. Als ze iets niet kunnen zeggen, laten we het hen tekenen of uitbeelden. Ook wij als vrijwilliger tekenen en beelden zaken uit wanneer we iets willen uitleggen. We leggen het letterlijk met handen en voeten uit. En ik verzeker je, dat leidt vaak tot hilarische situaties. Al lachend bijleren is ons uitgangspunt. Dat is net het mooie van het kamp.”