Spelenderwijs leren

Spelenderwijs leren

  • Complementair aan het schoolse aanbod, wat is dat dan precies?

    Bij Roeland houden we rekening met wat de jongeren op school leren. Schoolniveau vormt mee de basis voor de activiteiten en het didactisch materiaal dat gebruikt wordt op kamp. Waar de focus op school vaak nog iets meer op de regels van de taal ligt, zodat de taal vervolgens gebruikt kan worden, leggen wij bij Roeland de nadruk op dat tweede luik: de verworven kennis inoefenen door ze in de praktijk te brengen. We beperken ons echter niet alleen tot het inoefenen van bestaande kennis en vaardigheden, we proberen de deelnemers ook nieuwe horizonten te doen verkennen door nieuwe thema’s aan te snijden en vaardigheden aan te leren. De kans is reëel dat een jongere op school nooit iets zal horen over een “hoogteparcours”, “accrobranche”, “piocher” of “survival tips”, maar dat soort termen zijn op kamp nooit ver weg.

  • Wetenschappelijk onderbouwde didactische principes

    Bij Roeland geloven we niet in de artificiële tegenstelling tussen “goed” onderwijs en “leuk” onderwijs. Goed onderwijs is leuk, en leuk onderwijs moet ook goed zijn, anders is het namelijk geen onderwijs. Daarom doen we er alles aan om onze animatoren te vormen in de nieuwste wetenschappelijke inzichten over taal en leren. We leren hen hoe hun taalateliers stapsgewijs en met voldoende ondersteuning op te bouwen (“scaffolding”), na te kijken of alle deelnemers mee zijn in het verhaal aan de hand van speelse quizjes of activiteiten (“testing”), herhaling in te bouwen gedurende de week (“spacing”), etc. Deze en andere wetenschappelijk bewezen basisprincipes didactiek staan centraal in onze aanpak, maar worden verpakt in toffe activiteiten die helemaal passen op kamp.

    De coördinator didactiek van Roeland zet de krijtlijnen van deze aanpak uit over alle kampen heen, en op elk kamp ondersteunt een verantwoordelijke didactiek de animatoren bij de toepassing van onze filosofie.

    Hieronder lijsten we enkele werken op waarop we ons baseren tijdens vormingsmomenten:

    • Kris Van den Branden – How to Teach an Additional Language (Task-Based Language Learning)
    • Elke Peters - Woordenschat aanleren in een vreemde taal. Hoe doe je dat?
    • Rod Ellis – The Study of Second Language Acquisition
    • Zoe Gavriilidou and Lydia Mitits – Situating Language Learning Strategy Use
    • Bill Van Patten, Gregory D. Keating, Stefanie Wulff - Theories in Second Language Acquisition: An Introduction
    • Liam Printer – The Motivated Classroom (podcast)
    • Daniel T. Willingham – Wat we kinderen echt kunnen leren.
    • Tim Surma et al. – Wijze Lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek.
    • Pedro De Bruyckere – Klaskit. Tools voor topleraren.
    • Pedro De Bruckere, Paul Kirschner, Casper Hulshof – Jongens zijn slimmer dan meisjes. 35 mythes over leren en onderwijs.
    • Stijn Vanhoof, Geert Speltincx – Feedback in de klas. Verborgen leerkansen.
    • Tom Bennett – Regie in de klas
    • Tom Sherrington, Oliver Caviglioli – Doorloopjes
    • Yana Weinstein, Megan Sumeracki – Understanding how we learn.
    • John Hattie, Gregory Yates – Visible learning and the science of how we learn.
  • Didactisch geschoolde taalanimatoren

    Zeer veel van onze vrijwilligers zijn leerkrachten talen of leerkrachten in opleiding. Zij hebben uiteraard de vereiste bagage om de deelnemers op een effectieve manier de taal aan te leren. We blijven die bestaande ervaring echter voortdurend aanvullen tijdens allerhande vormingen:

    • Voor nieuwe animatoren organiseren we een vormingsweekend, waarop de animatoren een grondige basisopleiding krijgen in zowel didactische principes als talige animatie.
    • Voor al onze vrijwilligers organiseren we het hele jaar door gratis vormingen met zowel interne als externe sprekers. Zo worden zij steeds opnieuw geprikkeld met nieuwe inzichten en inspiratie.
  • Een gezonde geest in een gezond lichaam

    We weten uit onderzoek (én uit ervaring) dat jongeren beter leren als ze ook voldoende beweging krijgen. Daarom zorgen we voor een goede afwisseling tussen taalateliers die de hersenen activeren en sport- en spelactiviteiten die voor de nodige lichamelijke beweging zorgen. Meer nog, een combinatie van de twee is zeker geen zeldzaamheid op kamp: denk maar aan loopdictees om woordenschat te leren of escape rooms met zowel fysieke als talige proeven.

  • Meer dan enkel taal

    Dankzij de speelse werkvormen werken we niet alleen aan taal, maar meteen ook aan de ontwikkeling van andere vaardigheden, zoals volgehouden aandacht, planning en organisatie, time-management, etc. Onderzoek wijst namelijk uit dat georganiseerd spelen deze vaardigheden (in het vakjargon: “executieve functies”) aansterkt.