Immersie

De geleidelijke opbouw richting immersie

  • De geleidelijke opbouw richting immersie

    Op onze instapkampen voor juniors (tot 12 jaar) mogen de deelnemers onderling hun thuistaal spreken en krijgen ze dagelijks uitleg in zowel de thuis- als doeltaal. Zo zijn ze helemaal mee met de inhoud van de activiteiten en krijgen ze de ruimte om geleidelijk te groeien in het gebruik van de doeltaal. Dagelijks krijgen de jongeren 2 à 3 taalateliers van een uur, waarin ze op een speelse manier aan hun taalvaardigheid werken onder de begeleiding van gevormde taalanimatoren.

    Vanaf 12 jaar kan je kiezen voor een instapkamp of een volledig taalbad op een klassiek Roelandkamp:

    Voor zij die zich in de eerste jaren van het middelbaar nog niet honderd procent comfortabel voelen bij die volledige immersie, of voor wie de doeltaal nog onvoldoende beheerst, bieden we ook instapkampen aan voor de leeftijd 12-15 jaar. Op deze kampen vinden de activiteiten in de doeltaal plaats, maar is er tijdens een aantal afgebakende momenten plaats om even uit te blazen in de eigen moedertaal. Ook op deze kampen werken we met tweetalige momenten, zodat iedereen volledig mee is in het verhaal. Er zijn dagelijks 3 à 4 taalateliers van een uur.

    Op een klassiek Roelandkamp (vanaf 12 jaar) volgt dan de complete immersie in de doeltaal. Van de jongeren wordt verwacht dat ze altijd en overal in de doeltaal communiceren, zowel met de animatoren als met elkaar. De animatoren gebruiken leggen alles met handen en voeten uit (letterlijk, door bijvoorbeeld zaken uit te beelden, maar ook met afbeeldingen bijvoorbeeld) en zijn voortdurend paraat om extra uitleg te geven. Dagelijks krijgen de jongeren er 3 à 4 taalateliers van een uur voorgeschoteld.

    Voor wie de doeltaal goed beheerst en vooral veel wil oefenen in een ongedwongen omgeving organiseren we “beleveniskampen”. De jongeren krijgen er de kans om een avontuurlijke of cultureel rijke vakantie te beleven (denk aan een skireis, een survival-kamp of een culturele citytrip) in de taal van hun keuze. We behouden de immersie-aanpak, maar bieden nog maximaal 1 taalatelier per dag aan. De focus ligt namelijk helemaal op het concrete gebruik van de taal in een echte context.

  • Hoe weet ik welk kamp ik moet kiezen?

    We hebben voor u een handige flowchart ontworpen om u die vraag te helpen beantwoorden. U kan die in onze brochure terugvinden.

  • Spreken staat centraal

    Roeland legt doelbewust de focus op mondeling taalgebruik. Op school wordt al hard gewerkt aan grammatica, woordenschat en schriftelijke vaardigheden. Op Roelandkamp spreken we die achtergrondkennis aan, breiden we ze verder uit en oefenen we in dagdagelijke situaties. Dankzij de sterke begeleiding door onze animatoren krijgen de deelnemers voortdurend feedback en leren ze steeds vlotter communiceren.

    Hoewel er in de taalateliers af en toe ook gelezen of geschreven wordt, ligt ook daar de nadruk duidelijk op mondelinge taalvaardigheid. Met discussiemomenten, toneel, zang en allerhande spelletjes dagen we de deelnemers uit om de taal zo veel mogelijk te spreken. Daarbij hebben we ook voldoende aandacht voor de uitspraak. Die focus op spreekdurf en spreekvaardigheid in de taalateliers helpt de deelnemers om de hele dag door de doeltaal te gebruiken. Wanneer dat lukt en je kan grappen, zingen of spelen in een andere taal krijgt je zelfvertrouwen een enorme boost.

  • Doelgerichte communicatie

    Op Roelandkamp ligt de focus heel duidelijk op doelgerichte communicatie: de taal wordt in een levensechte context gebruikt met een specifiek doel voor ogen. Je leert de bal vragen tijdens een sportactiviteit, je legt een gezelschapsspel uit aan een vriend of bestelt een drankje tijdens het barmoment. Ook in de taalateliers wordt bewust voor thema’s gekozen die functioneel zijn: van de weg vragen of uitleggen hoe je je die dag voelt bij jongere deelnemers, tot je mening uiten over actuele problemen bij de ouderen. Dit verhoogt de motivatie van de jongeren om met de taal aan de slag te gaan. Ze merken immers dat ze zich steeds beter kunnen uitdrukken!

  • Sterke ondersteuning door moedertaalsprekers

    Omdat de focus bij Roeland ligt op vlot en correct leren spreken vinden het belangrijk dat de ondersteuning van de deelnemers gebeurt door mensen die de taal ook in het dagelijkse leven voortdurend spreken en de kleine kneepjes van de taal perfect onder de knie hebben. Veel van onze vrijwilligers zijn dan ook moedertaalsprekers. Dat geldt uiteraard op de Nederlandse kampen, maar ook op de Franse en op de Engelse kampen tref je respectievelijk Franse of Waalse en Britse vrijwilligers aan.

    De hoge ratio vrijwilligers per deelnemers zorgt ervoor dat de deelnemers voortdurend een aansprekingspunt hebben, uitgedaagd worden om te spreken en feedback krijgen. Zo leren ze elk moment van de dag wel iets nieuws.

  • Consequente correctie op een vriendelijke manier

    Sprekers die begrijpen wanneer en waarom ze een fout maken, leren sneller om die fout te vermijden. Tegelijk willen we beginnende sprekers ook niet afschrikken door elk klein foutje te verbeteren. Daarom kiezen we voor een dubbele formule: tijdens de taalateliers, waar de nadruk op het leren ligt, corrigeren we terugkerende fouten op een vriendelijke manier, zodat de deelnemer weet hoe de fout te vermijden. Merken we dat een specifieke fout vaak voorkomt, dan herhalen we de nodige kennis nog eens en oefenen we samen. Tijdens de sport-, spel- en pauzemomenten kiezen we voor correctie door herhaling: de animator herhaalt de constructie waarin de deelnemer een fout maakte, maar dan correct.